Skip to the content

Assembly codes controle

(Dutch)

De laatse twee weken zijn we druk bezig geweest met de controles op ‘Assembly code’. We controleerde al eerde op ‘Assembly code’ maar dan vooral of deze is ingevuld. Nu controleren we ook of op basis van de ‘Assembly code’ de bijbehorende parameters ook kloppen.

Regel 1 voordat we beginnen met controleren. De ‘Assembly Code’ is leidend en we gebruiken de 4-cijferige, conform vigerende versie BIM Loket.

Dat betekent dat de keuze voor een bepaalde code consequenties heeft voor parameters binnen Revit. Om dat we ook bezig zijn met de technisch opzet van de website hebben we er voor gekozen om de ‘Assembly code’ check voor dit moment alleen op elementen te doen die een waarde hebben die >= 21 && <24. Oftewel alleen specifieke vloeren en wanden en nu nog niet alle wanden en vloeren.

Als er een element geplaatst is in Revit moeten we dus eerst zijn element type opvragen en dan de Assembly code waarde. Stel dat deze 21 is dan heeft dit consequenties voor andere parameter waarden want 21 duidt op een buitenwand. Oftewel de type parameter ‘function’ moet ‘Exterior’ zijn. Als de waarde 21.1 is dan betekent dit dat de wand niet dragend is, dus de instance parameter ‘Structural’ moet false zijn, dat betekent ook dat de parameter Structural Material parameter leeg moet zijn en omdat het een buitenwand is, is het wel zo praktisch dat de parameter Thermal Resistance (R) een waarde heeft.

De waarde van deze waarde controleren we hier niet. We zullen logica voor materialen later onderzoeken maar eerst willen we uitzoeken hoe we het beste op het materialen paspoort kunnen aansluiten voordat we daar iets mee gaan doen.

Modelleer standaarden, als een wand 21.1 is en dus niet constructief is dan moet de functie van de layer binnen de ‘Core Boundaries’ dus niet ‘Structure’ zijn en maar één layer binnen de ‘Core Boundaries’ hebben en de property Structural moet 0 zijn. Om dit te controleren maken we gebruik van parameters die niet voor de gebruiker zichtbaar zijn maar die je bijvoorbeeld met de snoop tool kunt opvragen. De parameters zijn ‘FirstLayerIndex’,’LastLayerIndex ’ en ’Layer Function’

Voor 21.10 buitenwanden; niet constructief, algemeen (verzamelniveau) en 21.11

buitenwanden; niet constructief, massieve wanden hebben we gesteld dat de Wall types maar één layer mogen hebben. Voor 21.12 buitenwanden; niet constructief, spouwwanden hebben we daarom gesteld dat dit Wall Type minder dan 3 layers moet hebben. 21.13 buitenwanden; niet constructief, systeemwanden hebben we gesteld dat deze meer dan 2 lagen moet hebben.

21.14 buitenwanden; niet constructief, vlieswanden voor deze lezen we de parameter ‘All_MODEL_FAMILY_NAME’ uit die geeft ons de mogelijkheid om te bepalen in Revit of dit een Basic Wall is of een Curtain Wall.

Een belangrijk onderdeel van de parameters die we controleren en regels die we stellen is om later ook een fijn afstelling te kunnen maken en uitzonderingen op regels te kunnen vinden.

About the author

Daniël Gijsbers

Daniël Gijsbers

Implementation Consultant
Worked for Autodesk reseller 2007 - 2015
Worked for and Collaborated with Autodesk since January 2015
Specialisation in Revit and Design Automation Processes.
Civil Engineer based in The Netherlands
+20 years experience in AEC industry

 

Without data, perception is reality!

John

Linkedin:

Daniel: Linkedin 

email: firstname dot lastname at daqs.io

or:

contact  @  daqs.io